Goede relatie fruitteelt en Waterschap Rivierenland

Nieuws Datum
27/05/2024
Dat er zoveel reserveringsgebieden voor grondwater in het Rivierengebied werden gelegd, daar was het Waterschap Rivierenland ook niet blij mee, stelt heemraad Esther Groenenberg. Maar er gloort licht voor de fruitteelt en de laanboomteelt.

De fruitteelt is een belangrijk onderdeel van ons gebied en het is daarom een veel besproken onderwerp “Het is een belangrijke groep belanghebbenden, maar niet de enige sector waar we mee in gesprek zijn of adviezen geven. We geven advies aan gemeenten, provincies of de waterleidingbedrijven. Als Waterschap ben je én beleidsmaker én uitvoerder. In een onafhankelijke rol, ons belang is zorgen voor veilig, schoon en voldoende water. Dat betekent ook dat we naast de fruit- of laanbomenteelt andere belangen in ogenschouw nemen. Andere vormen van bedrijvigheid en niet te vergeten de burgers, want voor het oppervlaktewater in ons werkgebied, zijn we afhankelijk van inlaat uit rivieren en regenwater.”

“Waar we meer en meer rekening moeten houden, zijn weersextremen. Daar moeten we op voorbereid zijn. Dat betekent dat het waterschap op allerlei gebied actief is, van de rivierdijken tot de watergangen achterin de polders, waar het water moeilijk komt. Over het verkleinen van de grondwater-reserveringsgebieden  stellen we advies op. De door de provincie aangewezen reserveringsgebieden worden na acties van de telers zoals ‘Laat de Betuwse teelt niet opdrogen’ kleiner, zo is de bedoeling. Maar er is méér: de reservering geldt vanaf 70 meter diep. Daarboven kan je met pulsen gewoon water oppompen. Althans, dat is nu de stand van zaken in het provinciebestuur.”

Veel gegevens zijn nog niet bekend en belangrijk om inzicht te krijgen in de waterbalans. Bijvoorbeeld de grondwater-onttrekkingen.  “We hebben geen idee wat er bijvoorbeeld allemaal aan pulsen is geslagen, en hoe diep. We zouden daar graag meer inzicht in krijgen. Zo kunnen we als sector en Waterschap een beter beeld krijgen van de vraag aan water.”

Water binnen waterlopen houden en snel afvoeren, is een kunst die het waterschap al eeuwen verstaat samen met Rijkswaterstaat. “Maar de zomerse droogte is een nieuw en groot probleem, naar verwachting komt er op termijn een derde minder water van de gletsjers in de Alpen. En toch hebben we soms nog flink hoogwater. Dus wil je liefst water vasthouden en dat betekent dat er ruimtelijke ingrepen nodig zijn. Dat is een hele klus, die ook voor ons het nodige werk oplevert. De verdeling van zoet water wordt dan een flinke opgave. Het Rijk heeft al prioriteiten gesteld: drinkwater, voorkomen van opdrogen van de veengebieden, verzilting tegengaan, opslag van water en vergroten van inlaten. Maar ook Duitsland zit met een toenemende watervraag en rivieren die in de zomer weinig aanvoeren. Zij zullen ook opslag realiseren, en voor ons is dan de vraag: hoeveel blijft er voor ons over, zo aan het eind van de pijplijn?” Ook de Provincie Gelderland werkt hier aan met speciaal aandacht voor beschikbaarheid van zoet water en waterveiligheid, in het plan Vitaal Landelijk Gebied Gelderland, dat twaalf jaar vooruitkijkt.

“Wij als Waterschap werken ook mee aan oplossingen, de kennis over waterbeheer zit hier, en voor bijvoorbeeld de fruitteelt subsidiëren we onderzoek naar slimme manieren om gericht en minder water te geven aan fruitopstand op de Proeftuin in Randwijk.  De Betuwse Watertafel is een goede samenwerking geweest en heeft de verhouding alleen maar beter gemaakt. Al met al mag ik constateren dat de relatie van het Waterschap met de fruitteelt in het rivierengebied echt goed is.”

 

Terug